De geschiedenis van het kanaal

E-mail Print PDF

De opkomst en ondergang van een droom

Op 12 december 1853 ging bij Hoogersmilde een spade in de grond van Drenthe; dit is het begin van het kanaal dat we vandaag de dag kennen als het Oranjekanaal. Tijdens de Manifestatie Oranjekanaal staan we stil bij de schoonheid en de geschiedenis van dit bijzondere kanaal.

Jasper Klijn was een aannemer uit Assen die enkele kapitaalkrachtige zakenmensen uit Holland bij elkaar bracht en een mooi toekomstperspectief schetste. Klijn hield de rijke heren voor dat als ze de Odoornervenen en enkele andere veengebieden in Zuidoost-Drenthe zouden verwerven, en een kanaal zouden graven richting die gebieden, ze met de turf aldaar veel geld konden verdienen. Ook tijdens het graven van het kanaal zouden ze ongetwijfeld de nodige turf tegenkomen, tevens werd verwacht dat bij graafwerkzaamheden veel zwerfkeien gevonden werden die ook geld in het laatje konden brengen.

De heren waren enthousiast over het verhaal van de Assenaar en richten de Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij (DVMKM) op. De totale kosten werden beraamd op bijna 600 duizend gulden, voor die tijd een enorm bedrag voor een dergelijke investering. En dus begonnen in 1853 de werkzaamheden aan wat toen nog het Middenkanaal heette.

Op 26 maart 1854 was het eerste deel van het kanaal gereed en kwamen de investeerders voor de feestelijkheden bij elkaar. Om koning Willem III te eren was aan het hof gevraagd of ze de naam Oranje mochten gebruiken voor hun investering in Drenthe. De koning ging akkoord en daarom werd de naam Middenkanaal veranderd in Oranjekanaal.

Veel meer heugelijke momenten hebben de investeerders niet aan het kanaal beleefd. Het vervoeren en exploiteren van zwerfkeien bleek te duur, en alleen bij Odoornerveen heeft men tijdens graafwerkzaamheden wat turf gevonden.

Maar het grootste probleem waar men tegenaan liep, was de afvoer van het water uit de onontgonnen veengebieden. Door het Middenkanaal te graven, hoopte men namelijk dat het overtollige water van de veenlagen zou afvloeien in het kanaal. Het waterniveau in het kanaal zou hierdoor hoog genoeg komen te staan om ook nog scheepvaart mogelijk te maken.

Helaas is de grond onder het kanaal te hard en te hoog om met de hand uit te graven, waardoor het kanaal niet diep genoeg werd en het water niet van het veen afstroomde. Hierdoor bleef het veen te drassig om turf te steken en het water in het kanaal te ondiep voor de scheepvaart. Om het waterpeil nog enigszins op peil te houden, werden er tal van sluizen aangelegd. Tot overmaat van ramp bleken de oevers van het kanaal moeilijk overeind te houden. Hierdoor waren er extra investeringen nodig die de winstgevendheid alles behalve ten goede kwamen.

Als werkverschaffing is het kanaal in 1923 nog een keer verbreed en uitgediept, maar in de crisisjaren die volgden ging het kanaal er steeds troostelozer uitzien. Op 23 december 1951 heeft de Provinciale waterstaat van Drenthe het beheer overgenomen en kwam er na 99 jaar een einde aan de DVMKM. Het kanaal is in 1976 onttrokken aan het scheepvaartverkeer.

Doordat het kanaal niet meer intensief gebruikt wordt, heeft het zich kunnen transformeren tot een schitterend gebied. De flora en fauna hebben de afgelopen jaren veel ruimte gekregen om zich te ontwikkelen.
Tegenwoordig is het kanaal een toeristische trekpleister en een inspirerende bron voor velen.

Laatst aangepast ( maandag, 22 januari 2007 14:33 )